Het poetsen & schoonmaken van de racefiets

Een racefiets is een kostbaar bezit. Indien je veel plezier van een racefiets wilt hebben, dan moet je deze goed onderhouden. Het onderhouden van een racefiets bestaat voor het overgrote deel uit poetswerk & schoonmaken. Een racefiets die goed en op tijd gepoetst wordt, gaat moeiteloos tienduizenden kilometers mee, gedurende tientallen jaren. Een fiets die geen of te weinig aandacht krijgt, gaat maar een mager jaartje mee en zal dure reparaties moeten ondergaan. Daarom deze eenvoudige handleiding “Het poetsen & schoonmaken” van de racefiets. Het is immers dood en doodzonde een fiets letterlijk kapot te laten gaan aan simpelweg vuil en viezigheid.

Wassen
Indien je in de regen of andere nattigheid hebt gefietst, is er een grote kans dat modder op de fiets is gaan zitten. Voordat je aan het echte schoonmaakwerk begint, haal je deze modder eraf, doormiddel van een vochtig lap of spons. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een oude theedoek, een raamzeem of een zachte spons. Het vocht dat je gebruikt is een emmer water. Nog beter is het wanneer het water lauw is en er wat afwasmiddel of autoshampoo inzit.

Onthoud: een lap of spons  waarmee de fiets schoongemaakt wordt, mag nooit krassen veroorzaken! Schuursponsjes e.d. zijn dus uit den boze.

Nadat het grove vuil van de fiets is verwijderd, ga je het wat nauwkeurige poetswerk doen.
Daarbij haal je zowel het voorwiel als het achterwiel uit het frame. Het frame plaats je op een zodanige manier dat noch het frame, noch de derailleur beschadigt kan raken. Er zijn diverse manieren waarop dit kan. Er zijn mooie, maar prijzige bokken en standaards te koop. Fietsenmakers en doe-het-zelf-winkels verkopen speciale kettingen voor enkele euro`s, waaraan de fiets heel mooi gehangen kan worden. Natuurlijk kan met enige creativiteit zelf een standaard gemaakt worden. Het hoeft niet duur te zijn, als het maar doeltreffend is.

Wielen
De losgemaakte wielen moeten ook gepoetst worden. Eerst doe je het voorwiel. Het sop dat je gebruikt hebt voor het frame, kan ook hier gebruikt worden. Let erop dat je spons schoon is. Zand en modder dat op de spons zit, kan ook krassen veroorzaken. Eerst veeg je met je spons of lap de zijkant van de velgen schoon. Daarna doe je de stukken velg, die tussen de uiteindes van de spaken zitten. De nippeltjes tussen de velg en spaak kunnen erg gevoelig zijn voor roest en andere ellende door vuil.
Nadat de velg schoon is, droog je deze af met een droge doek.

Spaken
De spaken moeten ook schoongemaakt worden. Met een doek veeg je ze een voor een schoon. Handdoeken zijn hiervoor niet geschikt, omdat ze snel draden en pluisjes achterlaten. Bovendien zijn ze redelijk dik, wat niet lekker werkt. Elke andere doek met deze eigenschappen kan met beter ook niet gebruiken. Oude kussenslopen, oud beddengoed, oude t-shirts zijn zeer geschikt voor dit karweitje.
Bij het schoonmaken van de spaken, controleer je ook gelijk de spanning ervan. Door dit tegelijk te doen, spaar je je kostbare tijd. Indien je onregelmatigheden aantreft (zeer strakke spaken, losse spaken), laat je wiel richten. Met een doek veeg je ook je naaf schoon. Je voorwiel is dan schoon.

Achterwiel
Het achterwiel ondergaat dezelfde behandeling als die van het voorwiel. Verschil tussen het voorwiel en achterwiel, is dat er op het achterwiel tandwieltjes zitten. Het is heel belangrijk dat deze schoon zijn. Dit doe je heel eenvoudig met in reepjes geknipte stukjes lap of bijvoorbeeld oude veters. Deze die je tussen de tandwielen in en veegt ze zo schoon door eerst aan het ene eind te trekken, dan aan het andere. Wanneer het ene tandwiel schoon is, ga je naar de volgende. Wees voorzichtig met ontvettende middelen, want niet ver van de tandwielen, zitten de lagers (van het wiel). Lagers houden er niet van om ontvet te worden.

De eerste paar keren dat je je wielen schoonmaakt, zal je het waarschijnlijk een vreselijk karwei vinden en zal het veel tijd kosten. Na enige keren word je er steeds handiger in. Na een tijd zal het je lukken het voor-  en achterwiel binnen een kwartiertje te poetsen.

Frame
Kijk goed of je werkelijk alles van het frame hebt schoongemaakt: de achtervork, de buizen aan de onderkant, achter de rem- en derailleurkabels, de onderkant van het frame, de voorvork enzovoort.

Onthoud: Resten van energiedrank die op het frame zijn terechtgekomen, kunnen helemaal geen kwaad als ze op tijd worden verwijderd. Laat je ze echter te lang zitten, dan koeken ze aan de lak vast. De lak wordt beschadigd en de sporen zijn steeds moeilijker te verwijderen. In het ergste geval, bijt de energiedrank door de lak heen en kan roest ontstaan.

Remmen
De remmen moeten ook even nagekeken worden. Je maakt ze schoon, ook hierbij kan je zeepsop gebruikt worden. Vervolgens droog je ze af, wederom met een droge doek. Het “remrubber” controleer je op vuil. Zit er vuil, dan verwijder je dat. Als je remblokken niet schoon worden gemaakt, verrichten ze schade aan de velgen. Dit kan een duur geintje zijn, dus let goed op je remblokken.

Draaiende onderdelen
Voorblad, derailleurs, ketting en alles wat verder nog met de overbrenging te maken heeft, wordt in de wielerwereld ook nog weleens de “draaiende onderdelen” genoemd. Dit is het allerbelangrijkste op je fiets en dient erg goed onderhouden te worden. De achtertandwieltjes heb je al gepoetst, het draaiende gedeelte dat aan je frame zit bevestigt nog niet.
Je begint met het pakken van een geschikte lap. Oude lakens, beddengoed, kussenslopen zijn uitermate geschikt. Als de ketting heel erg vuil is (hij glimt niet meer, maar is zwart), dan doe je een bescheiden hoeveelheid wasbenzine op je lap. Is de ketting gemiddeld vuil, dan is wasbenzine niet nodig. Tussen de achterderailleur en het voorblad, omring je de ketting met je lap (bovenste gedeelte van de kettingloop). Met je andere hand maak je zachtjes omwentelingen met de trapper. Doe rustig en beheerst. Let er ook op dat je poetslap niet verstrikt raakt in de tandwielen. Je poetslap wordt zwart van de ketting. Dat is immers het vuil wat van de ketting komt. Je herhaalt deze handeling met steeds een schoon stukje lap, net zolang totdat er vrijwel geen vuil meer van de ketting afkomt.

Onthoud: Gebruik nooit wasbenzine of andere ontvettende oplosmiddelen bij de achterderailleur.

Achterderailleur
Het belangrijkste van de achterderailleur zijn de kleine geleidingstandwieltjes. Deze kan je schoonvegen door ze te laten draaien en er een lap tegen te drukken. Let hierbij heel goed op dat er geen draadjes en pluisjes om de asjes van de wieltjes verstrikt raken. Draadjes en pluisjes peuter los indien ze toch verstrikt zijn geraakt.

Tandwielen (voorbladen)
Het voorblad veeg je ook schoon met een lap. Hier mag wel, zij het in zeer zuinige maat, wasbenzine gebruikt worden om het blad glimmend schoon te krijgen.

Ketting invetten
Nu de fiets schoon is, zet je de wielen er weer in. Als het achterwiel erin zit, ga je de ketting invetten. Als je de ketting goed invet, hoef je geen enkel ander onderdeel van het draaiende gedeelte in te vetten.
Belangrijk bij het invetten van de ketting is dat je de juiste olie gebruikt. Smeerolie, kruipolie, naaimachine olie, cockpitspray, boter, al deze vetten zijn zeer ongeschikt.
De allerbeste kettingolie die er is, is teflonolie, bij voorkeur op siliconenbasis, maar dat laatste is niet noodzakelijk. De teflonolie moet vervolgens ook nog op de juiste manier aangebracht worden. Veel mensen doen dit verkeerd en gebruiken veel te veel olie.

Je pakt een schone lap, die wederom niet krast, pluist, schuurt. De lap dient uiteraard ook schoon te zijn. Je sprayt op die lap teflon, met een oppervlakte van ongeveer een 2 euro munt. Deze plek houd je om de ketting heen, op dezelfde manier zoals je dat eerder deed om hem schoon te maken. Met je andere hand kun je zachtjes de trapper ronddraaien. Na een tiental omwentelingen houd je op en verwijder je de lap. Dat deze weer zwart is geworden, maakt nu niet uit. Dit komt omdat er stoffen zijn die wel in wasbenzine oplossen in plaats van olie en vica versa. Met een schoon gedeelte van dezelfde lap, herhaal je tot slot de handeling die je verrichte bij het invetten. Hierdoor verwijder je het overbodige vet.

Mocht je nog vragen hebben, stel ze dan gewoon!

Elke renner heeft wel zijn eigen manier van het poetsen van zijn fiets. Dus je krijgt ook allerlei verschillende theorieën te horen van hoe je je fiets moet poetsen. Probeer zoveel mogelijk tips van andere renners zelf uit en kijk zelf welke manier je het fijnst en best vind.

Allerbelangrijkst is in ieder geval, dat je je fiets tijdig poetst. Na een rit door de regen moet je diezelfde dag nog je fiets poetsen. Mocht die fiets minder snel vuil worden door het goede weer, dan is het minimale éénmaal in de week. Al het vuil dat je tegenkomt bij het poetsen moet je verwijderen, maakt niet uit waar het zit. Een schone fiets werkt naar behoren. Een vieze fiets remt niet goed, schakelt niet goed en bovendien: natuurkundigen hebben aangetoond dat je op een vieze fiets iedere kilometer een omwenteling meer moet maken ten opzichte van een schone fiets. Moet je eens nagaan wat een energieverspilling een vieze fiets oplevert!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *